



DE FENOMENOLOGIE VAN EENHEID EN DE ESTHETIEK VAN OVERGAVE IN DE ABSTRACTIE
23.01.2023

De tentoonstelling Het Zichtbare Buigt voor het Ongeziene in de Luz De Luna Gallery in Den Haag (21 januari – 18 maart 2023) presenteert een cyclus van nieuwe schilderijen van de Azerbeidzjaanse kunstenaar Zibeyda Seyidova. Geworteld in zowel islamitisch metafysisch denken als in de erfenissen van de naoorlogse abstractie, confronteert Seyidova’s werk een van de meest hardnekkige paradoxen van de moderniteit: hoe eenheid te verbeelden zonder figuratie, en hoe het zichtbare zich te laten onderwerpen aan dat wat niet gezien kan worden. De sobere, getextureerde doeken — uitgevoerd in gedempte tonen van ivoor, lichtgrijs en aardkleuren — zijn nooit louter oppervlakken maar drempels. In hun nadruk op reductie wijzen ze naar een fenomenologie van eenheid: de mogelijkheid dat schilderkunst niet een spiegel van de wereld wordt, maar een woonruimte voor bewustzijn, een horizon waar de fragmentarische verspreiding van perceptie in samenhang kan worden gebracht. Deze werken gaan niet “over” eenheid in de zin van harmonie of oplossing; eerder belichamen ze een spirituele overgave aan de Ene, aan tawḥīd, het ondeelbare principe van goddelijke eenheid in de islamitische theologie.
De vraag naar eenheid wordt hier niet opgelost door figuratie of allegorie, maar door een ontmoeting met schilderkunst als een perceptueel gebeuren. Seyidova’s doeken presenteren zich niet als autonome objecten, maar openen zich als doorgangsplekken: hun horizontale verdelingen, vage diagonalen en vluchtige lijnen enacten de spanning tussen manifestatie (ẓāhir) en verberging (bāṭin). Zij weigeren visueel spektakel en functioneren in plaats daarvan binnen de temporaliteit van stilstand en herhaling. Men kan hierbij denken aan Merleau-Ponty’s inzicht dat het zichtbare altijd het onzichtbare impliceert, en Derrida’s notie van het spoor als datgene wat altijd al afwezig is, nooit volledig aanwezig. In Seyidova’s schilderijen is eenheid geen bereikte toestand maar een voortdurend worden, een beweging van overgave, een onophoudelijke wending naar datgene wat de vorm overstijgt.
Haar techniek is hierbij cruciaal. Werkend met olieverf op doek brengt ze dikke lagen verf in gedempte tonen aan, waarbij ze het oppervlak vaak herwerkt totdat het een palimpsest van gebaren wordt. De penseelstreek is niet expressief maar meditatief: beheerst, repetitief, bijna ascetisch. Textuur dient er niet toe om te dramatiseren, maar om te verhullen, om het oppervlak te laten zweven tussen onthulling en verberging. Dit trage, bedachtzame proces weerspiegelt de logica van de evocatie, waar herhaling geen overbodigheid is maar intensivering. De materialiteit van olie, met zijn vermogen tot zowel ondoorzichtigheid als diepte, dient Seyidova als voertuig om het paradoxale van de goddelijke attributen op te roepen: tegelijk verborgen en manifest, immanent en transcendent. Reeds in haar eerdere tentoonstelling Light Embraces Shadowin Galerie Cinéma in Lyon (2022) articuleerde Seyidova dit technische vocabulaire van terughoudendheid, waarbij licht en duisternis in elkaar werden gevouwen door gelaagde oppervlakken, als een metafysische dialectiek eerder dan een schilderkunstige compositie. In Het Zichtbare Buigt voor het Ongeziene vindt deze taal een nieuwe helderheid en soberheid: het penseelwerk is nog verder teruggebracht, het palet bijna tot stilte gereduceerd, alsof de schilderdaad zelf een vorm van prostratie is geworden.
Juist hier kunnen we spreken van een esthetiek van overgave. Overgave in Seyidova’s werk is geen passiviteit maar een spirituele discipline. Zoals het buigen van het lichaam in gebed, buigen haar schilderijen het zichtbare naar het onzichtbare, en dringen ze erop aan dat visie nooit soeverein is. In de koranische traditie is overgave niet louter gehoorzaamheid, maar een existentiële erkenning van contingentie tegenover het absolute. Seyidova transponeert dit principe in abstractie: haar schilderijen verzetten zich tegen de overheersing door het oog, weigeren spektakel te bieden, en roepen de toeschouwer op tot een houding van ontvankelijkheid, van wachten, van herinnering. De beheersing van het gebaar, de stiltes van de toon, de weigering van picturale volheid zijn geen ontkenningen, maar enactments van een metafysische nederigheid.
Zo plaatst Seyidova zich in kritisch contrapunt tot de dominante tendensen van de hedendaagse abstractie, waar de terugkeer van kleur, gebaar en materialiteit vaak het risico loopt spektakel of affectieve koopwaar te worden. Haar praktijk herinnert aan de sobere proposities van Malevitsj’ Wit op Wit of Agnes Martins rasters, maar heroriënteert die erfenissen via de metafysische horizon van de islamitische esthetiek. Waar Martin naar mystieke stilte zocht, radicaliseert Seyidova het gebaar door het te verankeren in tawḥīd, waar het zichtbare slechts kan buigen voor het onzichtbare.

Het belang van deze positie binnen de hedendaagse kunstwereld mag niet worden onderschat. In een tijd waarin globale abstractie vaak wordt geïnstrumentaliseerd in de cycli van markt en institutioneel spektakel, weigeren Seyidova’s schilderijen de logica van onmiddellijkheid. Ze wedijveren niet om aandacht, maar construeren ruimtes van uitstel en contemplatie. Door de theologische dimensie van de abstractie opnieuw te activeren, biedt Seyidova een diepgaande heroverweging van de ontologische inzet van schilderkunst. Haar doeken zijn geen beelden om te consumeren, maar horizonnen van evocatie, herinneringen dat het zichtbare altijd al overschaduwd is door wat niet gezien kan worden.
In die zin neemt Seyidova niet enkel deel aan de hedendaagse kunstwereld, maar stelt ze haar fundamenten ter discussie. Zij stelt een esthetiek van overgave voor die de dominantie van spektakel uitdaagt en de abstractie terugwint als een plek van spirituele en filosofische ontmoeting. Het Zichtbare Buigt voor het Ongeziene toont dat schilderkunst, ontdaan van haar modernistische pretenties van autonomie, evocatie, gebed en herinnering kan worden. Elk doek verbeeldt een buiging, een onophoudelijke wending van materie naar geest, van oppervlak naar het oneindige.
Magali Reus
Magali Reus (geb. 1981, Den Haag) is een kunstenaar en schrijver die studeerde aan Goldsmiths, University of London, en de Rijksakademie in Amsterdam. Van 2015 tot 2019 schreef ze voor het Nederlandse kunsttijdschrift Name One en sinds 2020 werkt ze voor Kunst Kompas.
Reus woont en werkt in Londen. In 2015 won ze de Prix de Rome en werd ze in 2018 genomineerd voor de Hepworth Prize for Sculpture.